Krabbe-verhalen deel 10-4

Watersnood: "De Ramp", deel 10C  (door Jan Leendert Willem Breukel 1940-2011)

The day after
"Was ik er vanuit gegaan dat ik wel zo’n beetje alles had verteld wat er zoal te vertellen viel, als het ging over de dingen en toestanden die plaatsvonden in die dagen, maar toch: je blijft altijd doorzoeken. Er is zoveel te vinden op de pc, vandaar dat ik niet zo snel opgeef. Zo kan ik nog wat leuke feiten en gebeurtenissen op papier krijgen.

Er is weer het nodige binnen komen rollen, het afgelopen weekend. Als het over de Scheurpolder gaat, ga ik altijd bij Arie Molendijk te rade, de man is daar min of meer geboren en getogen.

Verloving Arie Molendijk en Saar Hoffman
En tot nu toe heb ik het nog niet meegemaakt dat hij geen antwoord wist op een door mij gestelde vraag. Zo zat ik met wat vragen hoe dat men de ramp op de Scheurpolder had ervaren. ‘Jan’, begon hij, ‘ik ben op zaterdag 31 januari ’53 verloofd met Saar Hoffman. Saar was een van de vele dochters die Henk en Arendje, de ouders van dit gezin, rijk waren. We hebben dat een beetje onder elkaar gevierd in De Heul.

En ja, hoe gaat zoiets? Ik had mij er toch een beetje op voorbereid en was in het goede pak met mijn zo goed als nieuwe bruine lage schoenen in De Heul gearriveerd. Om een verloving te vieren, dacht ik dat aan deze outfit niets mis was. Het probleem kwam pas de andere dag. Ook in De Heul was het ons die nacht duidelijk geworden dat er met de dijken in het gebied langs de Nieuwe Waterweg het nodige mis was. Ik zat met het probleem dat wij op de Scheurpolder woonden, en hoe het daar met mijn familie was, daarvan had ik geen weet.

De volgende morgen, na een niet al te lange en een zeer onrustig verlopen nacht - de slaap wilde niet zo erg komen - in alle vroegte de fiets gepakt, en op naar de Scheurpolder. Over de Staaldiepsedijk verliep alles nog prima. Wel zag ik, toen ik eenmaal de Graska was gepasseerd, dat de hele grote Krabbepolder zover als het oog reikte, onder water stond. Ik kon dus om te beginnen al niet over de Lange Kruisweg, die werd vanaf Adriaan Quak wandelen over de Krabbedijk. Bij de Krabbe Ouwestee kon ik weer van mijn fiets gebruik maken. Maar ook dit was niet van lange duur.

Naar de Spuisluis
Op De Krabbe stond ook alles onder water: het land, de gebouwen, noem maar op. De situatie overziende kreeg ik het idee dat ik hier niet verder kon, maar er was iemand die zei dat ik over de Zuiderdijk moest gaan en dan over de dijk achter De Zeehond langs. En dan zou ik zeker op de Spuisluis terechtkomen. Nou, ik heb de gok genomen, over de dijk hier en daar moest ik zelfs de fiets op mijn rug nemen, en dat allemaal op mijn lage bruine schoentjes. Maar ook de Spuisluis wist ik te bereiken en daar kon ik ook langs.

Daarna kon ik toch de rest van de rit wel redelijk op de fiets blijven zitten. Ik had nu de koers uitgezet richting de Eendenkooi. Daarna ging het snel en was ik ook zo thuis, en ja, ze waren daar ook nieuwsgierig, hoe dat de situatie ervoor stond verderop naar het dorp toe. Tot aan de Spuisluis waren ze wel zo’n beetje op de hoogte. Ik vertelde wat ik onderweg tegen was gekomen, en dat ik had gehoord dat het bij de Doorbraak niet helemaal goed was gegaan. En vroeg ik aan mijn vader: ‘Hoe is het hier gegaan?’

‘Het is hier alles meegevallen, er is alleen via het gat in de dijk bij het Scheurhaventje wat water binnengekomen.’ ‘Maar, daar liggen toch van die balken die met extra hoog water geplaatst moeten worden’, zei ik. ‘Ja’, zei mijn vader, ‘dat is een goeie. Wij hadden daar een bizarre ervaring. Omstreeks een uur of drie zijn wij daar heen gegaan en toen liep het hoge water al door de ingang van de dijk de polder in .We hebben toen geprobeerd die balken er in te krijgen, wat ons zo op het eerste gezicht al moeilijk leek, want het water stroomde al volop door het gat heen.

Balken
Wel, we waren er snel mee klaar, want na het passen van de balken kwamen we erachter dat die dingen te lang waren. Of dat iemand die balken ooit gepast heeft, was niet duidelijk. In ieder geval is het ons niet gelukt de balken er in te krijgen. Met die ene balk waren we dus klaar en konden we onverrichterzake huiswaarts. Maar toen we weggingen, liep het water al niet zo hard meer.We zijn vanmorgen nog wezen kijken en toen stond de Sluis al open om het overtollige water wat de polders was binnengelopen zo snel mogelijk weer te lozen.’

Ik moest mijn vader toch wel een beetje gelijk geven dat het toch een rare gewaarwording is als je denkt de balken in de daarvoor op maat gemaakte sleuven kunt leggen, en dat dan blijkt dat de balken te lang te zijn. En verder van mijn pak was niet veel meer over, en mijn mooie bruine schoenen daar heb ik gelijk afscheid van kunnen nemen.

Het volgende verhaal wat hij mij vertelde over de Dam was ook het feit dat er geen weg was over de Dam. We gingen er weleens stiekem met de tractor over heen vertelde hij mij, maar het was ten strengste verboden. Maar als je van de Scheurpolder met een tractor naar Brielle moest, kon je daar bijna wel een dag voor uittrekken. En dan was het natuurlijk verleidelijk om even over de Dam te glippen.

‘Wist je’, vroeg hij aan mij, ‘hoe kritiek het is geweest bij het stuk duin tussen de Zuid- en de Westdijk op de punt van Rozenburg? Daar kwam het water er ook overheen, en dat hebben ze in de nacht met veel inzet ook nog kunnen redden.
Op 3 februari 1953 zijn ze begonnen met de reparatie van dat stuk duin.’

‘Ergens, waar vandaan weet ik niet’, vervolgde hij zijn verhaal, ‘was er een dragline geregeld. De boeren werden min of meer verplicht met al hun tractoren met wagens en personeel naar het brede strand komen. Daar zou de zaak groots worden aangepakt om het duin zo snel mogelijk in oude staat terug te brengen. Zodat de bevolking het hoofd weer rustig neer kon leggen.’ 

Schreef ik eerder dat men dat al gerepareerd had, maar ik wist toen nog niet dat het weer op orde brengen van het duin een aangelegenheid was van de Scheurpolderbewoners. Als dat zo is, dan zal ik de laatste zijn om dat niet te vermelden. Het benodigde zand werd voor de voet van de duinen weggeschept. Laat ik het zo zeggen: het werd gedoseerd van het strand afgeschept. Dat je niet denkt dat er maar raak kon worden gegraven. Dan moet ik ook nog terugkomen op het monument.


H.M.Koningin Juliana metselt de oorkonde in het monument.         Op de rug gezien: Dr. ir. Johan van Veen.
Achtergrond, met ambtsketen: Jhr. L.G. Just de la Pasière, burgemeester van Rozenburg.

Monument
Het monument was op 26 april 1951 officieel onthuld door de toenmalige koningin, Juliana. Onze vorstin heeft op die dag een oorkonde in de daarvoor opengelaten ruimte geplaatst en vervolgens heeft zij dat gat met een paar stenen vakkundig dicht gemetseld. De oorkonde was in een loden koker geplaatst. Waar het tot aan de rampnacht keurig in opgeborgen heeft gezeten. Maar met alle problemen die er die nacht speelden, is ook het monument zwaar beschadigd uit de strijd gekomen, maar ook de oorkonde het officiële document had waterschade opgelopen.

Het document is toen teruggegeven aan de heer J.S. Lingsma, dat was de ontwerper en de maker van het document. De heer Lingsma woonde in die tijd in Schagerbrug. Dat was een klein dorpje in Noord-Holland onder de rook van het wat grotere dorp Schagen. Het document is toen aan de heer Lingsma overhandigd met de opdracht: netjes restaureren, wat de man ook heeft gedaan. Maar toen hij na de restauratie het document aanbood, voelde geen enkele instantie zich geroepen het document weer terug te plaatsen in het monument op de Dam.

Het document heeft vervolgens omstreeks 50 jaar bij de heer Lingsma in de opslag gelegen, waarna de man of zijn nazaten dit waarschijnlijk wel voldoende vonden. De familie Lingsma heeft toen in 2009 het document aangeboden aan het streekarchief, waar het met open armen werd ontvangen.Maar! Er zit een maar aan, het is niet meer teruggeplaatst in het monument. Men dacht dat het verstandiger was het document maar onder eigen dak en in eigen beheer te houden, zodat iedereen die het stuk wel eens zou willen zien dit kan doen bij het streekarchief aan de Rik in Brielle.

Verzilting?
Nog iets wat ik op mijn zoektocht tegenkwam, had weer alles te maken met de afdichting van de Brielse Maasmonding. De voordelen die aan dit besluit vastzaten, waren niet gering. Was het hoofddoel van de afsluiting het tegengaan van de verzilting? Ik denk dat niet minder belangrijk was het onderhoud van de vele kilometers dijk. Het onderhoud voor deze hoogwater kerende dijken kwam door het afsluiten van de Botlek en de Brielse Maasdam min of meer te vervallen. En wat te denken van de 700 hectare buitenpolders die vrijkwamen en waar landbouwgronden van konden worden ontwikkeld? Ook niet onbelangrijk was de zandwinning. Rotterdam had voor de wederopbouw van de stad enorme hoeveelheden zand nodig. Kort na de afdichting is men daar ook al snel mee begonnen, met het afgraven en afvoeren van het zand.

Ook waren er opeens mogelijkheden tot recreatie, wat inhield de aanleg van een watersportgebied en een lint van fietspaden voor stimulering van het toerisme. Als we het dan toch over het toerisme hebben: met het afdichten van de Brielse Maas en vooral het afdichten zover richting zee, ontstonden er op het Kruininger Gors opeens ongekende mogelijkheden. Was er al een vorm van toerisme te bekennen net na de oorlog ’40-’45 in de vorm van een 25 à 50 vakantiewoningen en een paar kleine jachtjes op het Gors die in de herfst, als de getijde weer hoger kwamen, werden afgebroken.

Kruininger Gors
En op een hoger gelegen gedeelte werden de prefabwoninkjes dan opgeslagen. Maar de Dam gaf nieuw elan aan het Gors en de uitbreiding van vakantiehuisjes nam toe in een niet meer te stuiten stroom van recreatie bungalows. En niet een was er hetzelfde, allerlei woonvormen sierde het Kruininger Gors. Vele jaren heeft menig Rotterdammer zijn of haar zomerse periode doorgebracht op het Gors. Totdat een aantal jaren geleden de Molecaten Group er een vinger achter het erfpachtverhaal kreeg en alle erfpacht opkocht en de mensen op een weliswaar legale, maar minder fraaie manier van hun vakantieverblijf wist te ontdoen. Althans, het recht te ontnemen om op de door erfpacht bezwaarde grond een huisje naar eigen keuze te bouwen.

Niets meer van dat gedoe met allerlei vakantiewoningen, een modelwoning moest het worden: recht en strak en regels. De regels werden nog strakker aangehaald. Men mocht nog minder. Veel mensen, oude mensen, van wie sommige het afsluiten van de Brielse Maas door middel van de Dam nog hadden meegemaakt, voor deze mensen was de maat vol. De strakke regelgeving werd hen te veel en zij haakten teleurgesteld af.

Deze mensen zitten nu thuis in Rotterdam of Hoogvliet, of noem maar een gedeelte van de stad op die langs een van de vele havens aan de Nieuwe Waterweg ligt. Maar deze mensen hebben door de aanleg van de Dam vele jaren kunnen genieten van een prachtig stuk recreatie, een klein gebied waar de rust vanaf straalde. Of dat bij de nieuwe bewoners ook zo zal zijn? Ik weet het niet! Maar ook voor dit gebied geldt: Wat te denken als de Dam het had begeven!

Schutsluis in het Hartelkanaal
En dan was er nog het verhaal van de aanleg van een schutsluis in het Hartelkanaal. Dde schutsluis is in de jaren ’60 aangelegd om de doorgang van de Brielse Maas naar de Oude Maas te waarborgen. Denk aan de vele zand- en bietenschepen. Dit was een van de twee mogelijkheden om de afgesloten Brielse Maas te kunnen verlaten. Het Voornse kanaal was de tweede. Ook werd iets ten noorden van de Spijkenisserbrug een inlaatsluis gemaakt, voor de waarborging van het zoete water. De functie van deze sluis was zoetwater inlaten.

Op en bij het kanaal wat dwars door Rozenburg (De Zeehond, Jantjespolder) liep, werd de schutsluis vervangen door een spuisluis, met als functie: water uitlaten. Een verandering die ook veel teweeg bracht en die zeker van belang was voor de binnenvaart, was het verwijderen van de sinds jaar en dag goed functionerende ophaalbrug, een doorgang waardoor je vanaf de Nieuwe Waterweg via het kanaal de Brielse Maas kon bereiken. Een brug die het de Duitsers in de oorlog wel erg gemakkelijk maakte om precies te controleren wie er van of naar de scheurpolder wilde.

Een ophaalbrug met een lang verhaal. Aangelegd in de tijd dat de Nieuwe Waterweg werd gegraven, en het Scheur werd afgedamd. Dit alles kwam te vervallen en in plaats daarvan kwam er een vaste oeververbinding over het kanaal. Waardoor het niet meer mogelijk was om met je bootje vanaf de Nieuwe Waterweg naar de Brielse Maas te varen. De Brielse Maas met zijn daar aangrenzende dorpjes kregen nu te maken met de twee eerder genoemde sluizen. Deze twee sluizen verzorgden jarenlang de huishouding van de Brielse Maas maar ook de wateren die aangesloten waren op de Brielse Maas. 

Kunstmatig waterniveau
Het wisselende waterniveau was door het wegvallen van eb en vloed komen te vervallen. Om het water toch een vaste hoogte mee te geven, werd nu een kunstmatig niveau gecreëerd. Wat inhield dat het water van bijvoorbeeld de havens van Brielle op een niveau van tweeënhalve meter kwam te staan. Voor dat de Dam gerealiseerd was kon je met laagwater, bij wijze van spreken, om de schepen heen lopen: de bodem van de haven was dan goed zichtbaar. Zo laag dat kon natuurlijk niet, want dan zouden de palen waarop de muren van de Brielse havens zijn gebouwd, denk ik, wel heel snel wegrotten.

De palen waren sterk genoeg om de muren te dragen, maar een voorwaarde voor de palen constructie was dat de palen wel onder water moesten blijven. En er dus een voor alle partijen acceptabel waterniveau moest komen. En dit niveau werd door deze beide sluizen keurig op de vastgestelde waarde gehouden. Een regel die nog steeds opgaat, al loopt de zaak wat mank doordat de inlaatsluis bij Spijkenisse nu niet meer de functie heeft die het ding was toebedacht in de vijftiger jaren.

Het zoete water komt nu in hoofdzaak vanaf het Spui. Bij het Spui is een inlaatsluis gebouwd en door deze inlaatsluis gaat het water via de Bernisse naar de Brielse Maas, maar op de Dam bij Oostvoorne staat ook weer een nieuwe gebouwde sluis, gebouwd omstreeks 1962. Een uitlaatsluis die hetzelfde doet als zijn voorganger, die het water aangevoerd kreeg via het kanaal wat Rozenburg toen nog in tweeën deelde, en van daaruit het overtollige water de Nieuwe Waterweg in loosde.

De Beer
Ik heb wel eens gehoord dat de Brielse Maas binnen twee dagen helemaal ververst kan worden als daar behoefte aan was. Ook de nieuwe sluis krijgt zijn water aangevoerd via een kanaal (Spuikanaal). Dit kanaaltje is gegraven omstreeks 1962 en loopt dwars door het stukje natuurgebied van het vroegere natuurreservaat De Beer. Over het kanaal is een vaste fietsbrug gemaakt, zodat het nog steeds mogelijk is om van het laatste stukje De Beer te kunnen gaan genieten, op de fiets, of wandelend. Auto’s in De Beer zijn ondenkbaar.

Wat ik ook nog ben tegengekomen, is iets wat gaat over de aanleg van de Dam in de Brielse Maas. Ik heb altijd gedacht dat dat met zinkstukken was gebeurd, maar wat schetst mijn verbazing, als ik foto’s onder ogen krijg waarop je kunt zien dat er een lange rij van caissons ligt afgezonken in de Brielse Maasmonding. Kleine caissons weliswaar, maar toch heb ik het idee dat meer dan 10 kleine zijn caissons afgezonken. Daaromheen zullen zeker zinkstukken zijn afgezonken, maar ik had er geen idee van.

Ik wist alleen maar van dat grote 60 meter lange caisson. Ik had het met Anton Vroon over mijn ontdekking en die was verbaasd dat ik dat niet wist. ‘Wij gingen daar regelmatig kijken vertelde hij en dan klauterde we over die caissons heen, wat een hele toer was, want die dingen lagen niet allemaal even mooi strak. Het was een geweldige klimpartij voordat we bij het stroomgat waren. En ja, dan vraag je hoe oud ik toen was? Ik denk een jaar of zestien.’

Geschut
Kijk, zei ik daar zit hem het probleem, toen was ik een jaar of negen, tien. En mijn ouders zullen het beslist niet goed gevonden hebben dat ik daar in mijn uppie eens even ging kijken. Maar verder met het allerlaatste sluitstuk. Dat ding was zó groot, dat er zelfs manschappen verblijven in waren gecreëerd, ook stond er een stuk geschut op. Maar dat geschut zullen ze er denk ik bij het afzinken wel hebben afgehaald. Het was natuurlijk toch voormalig oorlogsmateriaal.

Hier in Nederland hebben deze dingen goed werk geleverd. Met het afzinken van de diverse caissons is er bij ons in de Lage Landen heel wat land aan het water onttrokken. Ik zit nog met veel vragen over die tijd, dat zal de aard van het beestje zijn denk ik. Maar er is een vraag die mij nog steeds bezighoudt en dat is de vraag hoe ging of hoe zat dat met de catering van de Scheurpolder?

Catering
Ik heb verhalen gehoord als dat Aart/Ton van der Houwen met de pont overgingen en dan via Den Briel naar Oostvoorne reden en dat ze daar dan bij de Dam de oversteek waagden. En op deze manier kans zagen om in de Scheurpolder te komen. De binnenzijde van de dijk was er niet veel beter aan toe dan de buitenkant. Het smalle fietspad met een grindlaagje van 8 cm diep kon de last van de vele zwaar beladen karren met zand ook niet al te best verwerken.

Maar ik heb ook ergens gelezen dat de Dam door het geweld van het water in die stormnacht maar ook door het inzetten van de vele tractoren en vrachtwagens compleet geruïneerd was. Dus niet alleen het fietspad. Hoe dat je dan met je luxe auto de overkant weet te halen, dat is dan zo’n vraag. Maar over De Krabbe ging ook niet, hoewel het water in de Krabbepolder vrij snel weg was. Maar dan had je nog de Grote Krabbepolder, waarvan de Lange en de Korte Kruisweg ook enkele dagen onder water hebben gestaan.

Anders zouden de leveranciers van de levensmiddelen misschien over deze weg en dan over De Zeehond zijn gereden. Dit zijn, ik weet het, zomaar kleine dingetjes, maar ik ben gewoon nieuwsgierig hoe dat zij dat toen in het voorjaar van 1953 hebben opgelost. Voor ons de bewoners van De Landverbetering speelde dat probleem niet zo, wij waren in principe volledig zelfstandig. De dingen die voor ons van belang zouden kunnen zijn, konden wel een paar dagen wachten.

Wij hadden voor de voedselvoorziening onze eigen - de in een al eerder beschreven verhaal - C1000 in de vorm van Henk (bakker) van den Berg. En zijn zuster Mien (levensmiddelen) van den Berg. Dit is voorlopig het laatste verhaal over de gebeurtenissen die plaatsvonden rondom het fenomeen, De Ramp. Tot slot nog een bericht met wat leuke informatie betreffende de Dam, de Dam gelegen tussen Oostvoorne en Rozenburg.

Al in 1936 werden er plannen gemaakt om te komen tot afdamming van de Brielse Maasmonding. De doelstelling van dit project was (toen) om meer water door de Nieuwe Waterweg te laten stromen ten behoeve van de scheepvaart. Maar ook een punt van groot belang, was de teloorgang van de tuinbouw op Voorne-Putten en Rozenburg, vandaar de motivatie om de afdamming van deze al zeer oude zeearm prioriteit te verlenen.

Verzilting
Op dat moment was de situatie zo, dat de strijd tegen de verzilting werd gevoerd met hulp van het zoete water dat stroomafwaarts kwam en werd geleverd door de Rijn en de Maas. Echter, als tijdens droge periodes het zoete water stagneert, kwam de verzilting dubbel hard aan, doordat het zoute zeewater door de geringe tegendruk van het zoete boven water gemakkelijk heel ver landinwaarts kon oprukken. Waardoor de verzilting een feit was.

Dat was in het kort de situatie in die jaren. En voor dat probleem moest een oplossing worden gezocht. Eigenlijk was men het al snel eens: de oplossing was simpel en doeltreffend. Het zou een paar centen gaan kosten, maar je moet wat, de situatie was eigenlijk onhoudbaar. De oplossing die op tafel kwam, was de volgende: zorg dat je het zoute water dat via de kust naar binnendringt zoveel als mogelijk afsluit. Daarna verzamel je al het zoete Rijnwater om het binnendringende zout te spuien en tevens om uitdrogingsschade te voorkomen. En dan vervolgens zul je moeten zorgen voor de wateropvang in tijden van overvloedige regenval.

Zoetwaterbekken
Een logisch punt was, creëer dan veel meren die geschikt gemaakt worden voor de opvang van dit extra water. Zonder reserve aan opslagcapaciteit kon het plan niet slagen. Zo ontstond dan het plan om als eerste meer de Brielse Maas aan te pakken. Dit water zou aan beide zijden afgesloten een geweldig zoetwaterbekken zijn. Als dit plan verwezenlijkt zou worden, werd de zoute kustlijn omstreeks 50 kilometer korter.

50 kilometer, dat waren nog maar de eerste kilometers die op het programma stonden, want de doelstelling was het afsluiten van in totaal 400 kilometer zoute kustlijn. Met de afsluiting van de Maasmond werd na wat heen-en-weergepraat waar die dam nou precies gebouwd moest worden, in april 1949 gestart met het afdammen van de Brielse Maasmonding.
Het aannemersbedrijf Zanen-Verstoep was genegen deze klus te klaren, en zij dachten dat als zij daar een vergoedingssom van fl. 5.072.000 voor zouden mogen ontvangen, dit afdichtingsverhaal wel tot een acceptabel einde zouden kunnen brengen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

rozenburg